Slechte recensie online? Naar de rechter gaan loont

Slechte recensie online? Naar de rechter gaan loont

Het kost moeite, maar uit twee zaken blijkt dat je wel kunt optreden tegen anonieme belagers die jou beschadigen op internet.

Folkert Jensma, 28 november 2017

 

Hoe groot is de vrijheid om evident valse recensies op internet te mogen plaatsen? Of om met valse profielen anderen schade te berokkenen? Die is juridisch niet groot, maar doe er maar eens wat aan, zo viel de stand van zaken samen te vatten. Daar lijkt nu met twee recente civiele rechtszaken enige verandering in te zijn gekomen.

 

In beide zaken zijn hoge schadevergoedingen toegekend, óók voor de proceskosten die eerst tegen Google en Facebook moesten worden gemaakt. Daarmee is de weg gewezen om van pesters, oplichters en chanteurs op sociale media financiële compensatie te krijgen. Uit het strafrecht waren al tal van zaken bekend waarin het OM geldboetes oplegde aan mensen die zich aan laster of belediging schuldig maakte. Maar in het civiele recht kwam het nog niet voor dat burgers of bedrijven hun schade mochten incasseren bij de dader.

 

Zo stelde de rechter onlangs een Amsterdams kinderdagverblijf in staat om 17.000 euro te incasseren bij een wraakzuchtige kennis die de crèche had belasterd met neprecensies. Daarvoor moest wel eerst Google worden gedwongen om diens internetadres af te geven.

Diezelfde weg bewandelde een Limburgse vrouw die zich via Facebook had laten verleiden om intieme foto’s op te sturen aan iemand die zich voordeed als potentiële intieme relatie. Het bleek een man te zijn die zich had verstopt in de besloten Facebookgroep Lesbische Vrouwen 25+. Zij daagde vorig jaar eerst Facebook voor de rechter in Arnhem om achter de identiteit van de chanteur te kunnen komen. De rechter in Maastricht kende haar in oktober vervolgens 41.000 euro toe, aan gemaakte juridische kosten en smartengeld.

In beide gevallen hadden de eisende partijen het geluk dat de daders de valse e-mailadressen wel op hun eigen adres registreerden. Nepprofielen en valse recensies zijn vaak gekoppeld aan fantasieadressen, als ‘Donald Duck in Duckstad’. Juridisch loopt de weg dan dood. In de meest bekende zaak, waarin de Werkendamse Chantal probeerde om een scabreus filmpje op Facebook via de rechter te herleiden naar een dader, liep haar zoektocht vast op het adres van een ROC. De rechter weigerde de school te dwingen om de internethistorie van alle leerlingen en leraren te controleren.

‘Het vergt diepe zakken, veel moed en energie’

Verder moeten gedupeerden in staat zijn om per kwestie twee civiele rechtszaken te financieren, wat makkelijk in de tienduizenden euro’s kan lopen. Voor dergelijke zaken „is de drempel erg hoog”, zegt advocaat Otto Volgenant, mediarechtspecialist. Het vraagt om „diepe zakken, veel moed en veel energie”. Beide internetgiganten houden eisen om schadeveroorzakende IP-adressen bekend te maken zoveel mogelijk af, is zijn ervaring. Facebook houdt zich zelfs fysiek moeilijk bereikbaar – het bedrijf zit in Dublin maar pleegt sommaties retour afzender te sturen als het meent dat de adressering niet volledig genoeg is.

Paul Tjiam van Simmons & Simmons advocaten was bijna twee jaar bezig om de zaak met het kinderdagverblijf uit te procederen. In zijn ervaring weigeren internetproviders in eerste instantie altijd om gegevens te verstrekken. Ook bij telecomproviders „is de basishouding nee. Het kon immers ook waar zijn wat er over het kinderdagverblijf werd vermeld en dan was het niet aan hen om dat te verwijderen”. Tjiam erkent dat „zolang de waarheid wordt gezegd, zolang er ook een grondslag voor de mening is, dat ook moet kunnen”. Maar als het via een pseudoniem is en van een vals adres „dan wordt het een probleem”.

‘Stevig maatschappelijk probleem’

De Hoge Raad oordeelde al in 2006 in de Lycos-Pessers zaak dat providers adresgegevens moeten verstrekken als het aannemelijk is dat de inhoud van het bericht onrechtmatig is, dat degene die erom vraagt een duidelijk belang erbij heeft, en dat er geen minder ingrijpende manier is om erachter te komen. Maar vooral moet het belang van degene die het wil weten zwaarder wegen dan dat van de auteur om anoniem te mogen blijven, dan wel het belang van Google of Facebook om de vrijheid van meningsuiting te beschermen. Tjiam zegt dat het bijzondere van ‘zijn’ zaak is dat nu „voor het eerst het hele traject van anoniem pesten, daadwerkelijke identificatie en echte verantwoording bij de rechter is afgelopen”.

Intussen groeit de omvang van internet-wangedrag mee met de digitalisering. Volgenant van Boekx Advocaten ziet een „stevig maatschappelijk probleem”, met twee dimensies. Zowel de groeiende omvang van het internetpesten als de moeilijke toegang tot het recht. Hij broedt, met collega’s dan ook op een plan om via een nog op te richten stichting het voor individuele personen makkelijker te maken om toegang tot recht te krijgen. Maar zover is het nog niet.

Avatar foto
Auteur: Otto Volgenant
Otto Volgenant (1969) is sinds 1993 advocaat. Hij studeerde aan de VU en rondde in 1997 cum laude de postdoctorale opleiding Informaticarecht af.

Wij geven graag antwoord op uw vraag