Persvrijheidsmonitor Nederland: Politiek en onderwereld bedreigen journalistiek

Villamedia – 3 mei 2022

Mr. Otto Volgenant, advocaat en partner bij Boekx Advocaten Media, IP & Privacy en Prof. dr. Tarlach McGonagle, hoogleraar Mediarecht & Informatiesamenleving bij de Universiteit Leiden, leggen jaarlijks de stand van de Nederlandse persvrijheid vast in de Persmonitor.

Er is kritiek op de gebrekkige wijze waarop overheidsinformatie wordt gedeeld, en de veiligheid van journalisten is een belangrijk aandachtspunt. De Europese Commissie rapporteert jaarlijks over de rechtsstaat in Nederland, en noemde in 2021 als aandachtspunten: toegang tot overheidsinformatie, bedreigingen van journalisten, en het openbaar maken van eigendomsstructuren van media. Dit laatste punt wordt ook door het Commissariaat voor de Media in de jaarlijkse Monitor voor de pluriformiteit van de media benoemd, in het licht van de trend van toenemende mediaconcentratie.

I. Veiligheid van journalisten
Hoe het publiek kijkt naar journalisten en media wordt mede bepaald door hoe politici over journalisten spreken. Vanuit sommige politieke partijen waait een gure wind. Op Twitter verkondigde Geert Wilders in 2021: ‘Journalisten zijn – uitzonderingen daargelaten – gewoon tuig van de richel.’ Waarop Thierry Baudet instemmend reageerde: ‘Is zo’. Als mede-presentator van het tv-programma Goedemorgen Nederland kondigde Baudet het NOS Journaal aan als ‘het fake news journaal’.

Dergelijke uitingen dragen bij aan een klimaat waarin een deel van het publiek zich vrij voelt om journalisten te belagen die verslag doen van demonstraties en ongeregeldheden. In 2020 verwijderde de NOS al de logo’s van de satelliet- en straalwagens voor tv en radio, uit angst voor agressie en geweld tegen medewerkers. In 2021 is deze situatie verder verslechterd. Omroep Brabant volgde het voorbeeld van de NOS en verwijderde de logo’s van de auto’s wegens bedreigingen.

In februari 2022 verscheen een mission report (PDF) van Media Freedom Rapid Response (een Europese monitoring mechanisme) over de veiligheid van journalisten in Nederland.  In dit rapport wordt onder meer ingegaan op de moord op misdaadverslaggever Peter R. de Vries. Op 6 juli 2021 vond een aanslag plaats op De Vries, na een uitzending van RTL Boulevard waaraan hij een bijdrage had geleverd. Op 15 juli 2021 is hij overleden. Vlak na de aanslag zijn twee verdachten aangehouden.

Het Genootschap van Hoofdredacteuren liet weten dat dit niet anders kan worden gezien dan als ook een aanslag op de journalistiek, de persvrijheid en daarmee op de rechtsstaat, ook al was de precieze achtergrond nog onbekend.

Inmiddels wordt er vanuit gegaan dat de aanslag op De Vries te maken heeft met zijn rol als vertrouwenspersoon voor een kroongetuige in het proces tegen Ridouan Taghi, en waarschijnlijk niet met zijn werk als journalist. De aanslag wordt sinds augustus 2021 onderzocht door de Onderzoeksraad voor Veiligheid, net als de eerdere aanslagen op de broer en de advocaat van diezelfde kroongetuige.

Ook de rol van de overheid bij de beveiliging van De Vries zal daarbij aan de orde komen. De uitkomsten van dat onderzoek zijn nog niet bekend. In dit mission report wordt speciaal aandacht gevraagd voor de bescherming van vrouwelijke journalisten. Vooral online zijn zij vaker dan mannelijke collega’s het slachtoffer van seksisme en racisme, en voor veel vrouwen is de werkvloer lang niet altijd een veilige omgeving. Het rapport constateert dat deze problematiek nog onvoldoende in kaart wordt gebracht in Nederland.

Het aantal meldingen van Nederlandse journalisten die zich bedreigd voelden of die met fysiek geweld te maken kregen, is in 2021 meer dan verdubbeld. Bij het meldpunt PersVeilig (PDF), ingesteld door de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), het Genootschap van Hoofdredacteuren, de Politie en het Openbaar Ministerie, kwamen in 2021 maar liefst 272 meldingen binnen. Meer dan een verdubbeling ten opzichte van het jaar daarvoor, toen er 121 incidenten werden gemeld.

In 2021 hadden 158 meldingen betrekking op bedreiging, 73 op fysiek geweld. Stalken en stelselmatige intimidatie kwam ook vaak voor. Eén melding ging over seksueel geweld. Meer dan acht op de tien journalisten heeft wel eens te maken met een vorm van agressie of bedreiging, zo bleek uit een onderzoek van I&O Research in opdracht van PersVeilig.  Drie op de tien zelfs maandelijks of vaker. In 2021 werd in 57 gevallen aangifte bij de politie gedaan.

Een paar voorbeelden van incidenten die het nieuws haalden. Bij de Groningse journalist Willem Groeneveld werd ’s nachts een molotovcocktail door het raam van zijn woning gegooid.  Hij wist de brand zelf te blussen. De volgende dag zijn twee mannen opgepakt, op verdenking van brandstichting en poging tot moord. De motivatie voor de aanslag is niet bekend. De strafzaak wordt in 2022 behandeld.

In Lunteren werd een persfotograaf die een autobrand wilde verslaan door een shovel met auto en al van de weg gereden.  De auto belandde op zijn kop in een sloot. De brandweer moest eraan te pas komen om hem uit zijn benaderde positie te bevrijden. De verdachte is veroordeeld tot een celstraf van 15 maanden.  De rechtbank oordeelde dat op basis van de stukken niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte wist dat hij met een persfotograaf van doen had.

In Rotterdam belaagden relschoppers een journalist die verslag deed van een demonstratie tegen het voorgenomen 2G-beleid van de regering.

Fotograaf Laurens Bosch deed voor het Haarlems Dagblad verslag van ongeregeldheden, en werd zelf met stenen bekogeld. Op basis van camerabeelden kon de recherche snel een verdachte aanhouden.

In Urk en Krimpen aan den IJssel werden journalisten belaagd door kerkgangers. Een auto reed in op een journalist, die ook trappen kreeg. Meerdere verslaggevers werden aangevallen. De aanwezige politie greep niet in. Pas achteraf werden verdachten aangehouden.

Schrijfster Lale Gül moest onderduiken na het uitbrengen van haar boek ‘Ik ga leven’ waarin zij kritiek uit op de islam.  Via social media ontving zij vele bedreigingen. Een19-jarige man die haar bedreigde (‘In de naam van Allah zal ik jou onthoofden op de meest barbaarse manier’) werd veroordeeld tot een jaar jeugddetentie. De schrijfster vond het vonnis teleurstellend omdat de veroordeelde geen verplichting kreeg om een enkelband te dragen en hem ook geen locatieverbod voor Amsterdam werd opgelegd. ‘Hij kan straks in de trein stappen en naar me toe komen, ook al is er een contactverbod.’ Lale Gül heeft besloten niet meer over de islam te schrijven.

Ook internationaal is er veel aandacht voor bedreigingen van journalisten. De Europese Commissie publiceerde in 2021 een aanbeveling over het waarborgen van de bescherming, de veiligheid en de weerbaarheid van journalisten en andere mediaprofessionals.  De Europese ministers voor de media en informatiesamenleving hebben in juni 2021 een resolutie aangenomen inzake de veiligheid van journalisten. Daarin zetten de ministers zich in voor het opstellen van nationale action plans om de veiligheid van journalisten effectiever te maken.  Het Nederlandse PersVeilig werd tijdens de conferentie gepresenteerd als een ‘best practice’.

De Europese Commissie organiseerde een consultatieprocedure over de bescherming van journalisten tegen strategische rechtszaken die bedoeld zijn om het publieke debat te smoren,  vaak aangeduid als Strategic Lawsuits against Public Participation, kortweg ‘SLAPP’. 178 partijen gaven antwoord op een vragenlijst met 18 vragen. De Coalition against SLAPPs in Europe (CASE)  – een snelgroeiende coalitie van inmiddels meer dan 40 niet-gouvernementele organisaties, stelde eerder al een tekstvoorstel (pdf) voor EU-regelgeving op. Zij roept ook de Raad van Europa op om hierover een aanbeveling te doen. Een expertcomité is begin 2022 begonnen met het opstellen van een nieuwe aanbeveling hierover. Dunja Mijatović, Commissaris voor de Rechten van de Mens van de Raad van Europa, riep daar eerder ook al toe op.

II. Bronbescherming
In 2021 waren er – anders dan in voorgaande jaren – niet veel incidenten waarbij het Openbaar Ministerie achter journalisten aanging om erachter te komen wie hun bronnen zijn. Journalist Joost van der Valk werd gedwongen te getuigen in het strafproces tegen leden van de motorclub Caloh Wagoh is voorgekomen. De NVJ stelde zich kritisch op, en strafrechtjuristen betoogden dat het hierdoor collega-journalisten nodeloos in gevaar worden gebracht, omdat hun positie hierdoor onder druk wordt gezet.

III. Beschuldigingen en privacy
Voor de pers is belangrijk in hoeverre krantenarchieven achteraf aangepast moeten worden, bijvoorbeeld wanneer om anonimisering wordt gevraagd. De uitgever van het Belgische dagblad Le Soir werd bevolen een online artikel te anonimiseren. In dat artikel stond de volledige naam van een persoon die twintig jaar geleden een dodelijk ongeluk veroorzaakte. Bij zoeken op internet, via Google of op de website van het dagblad kwam dit artikel direct naar voren.

De Belgische rechter oordeelde dat anonimisering van het artikel een evenredige maatregel is, gelet op de schade die de persoon heeft geleden sinds de online publicatie van het artikel en gelet op het feit dat de anonimisering de oorspronkelijke tekst niet aantast. De zaak werd voorgelegd aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, dat deze uitspraak bevestigde.  Er was sprake van een evenredige belangenafweging en de maatregel om het artikel te anonimiseren werd als proportioneel beoordeeld. Uitgevers hoeven niet actief hun archieven op te schonen. Pas na een verzoek daartoe hoeft een uitgever dit per geval te beoordelen. Deze zaak is voorgelegd aan de Grote Kamer van het Europese Hof, gezien het principiële belang van de discussie over het achteraf aanpassen van online archieven.

Het AD wilde een artikel publiceren over de kroongetuige in het strafproces tegen Ridouan Taghi. In dat artikel werd geciteerd uit WhatsApp-berichten die afkomstig zijn van een iPhone waarover de kroongetuige beschikte terwijl hij in detentie zat. De kroongetuige vorderde een voorafgaand publicatieverbod. Het AD legde een concept van het artikel aan de rechter voor. Die overwoog dat het om ernstige beschuldigingen gaat, die worden ondersteund door de feiten. De journalist had een dataset ingezien met berichten van de iPhone van de kroongetuige. Het zou gaan om 16.000 berichten op een totaal van 30.000.

De rechter ging ervan uit dat die berichten daadwerkelijk bestaan. Waar in het artikel de mening van het Openbaar Ministerie werd weergegeven was dat gebaseerd op verklaringen van meerdere justitiefunctionarissen met wie de journalist gesproken had. Dat waren weliswaar anonieme verklaringen, maar die passages bevatten geen ernstige beschuldigingen. De rechter oordeelde dat het artikel mocht worden gepubliceerd.  Het belang van de vrijheid van meningsuiting woog zwaarder dan het belang van de bescherming van de eer en goede naam van de kroongetuige.

Het is ongebruikelijk dat een televisieprogramma al vóór de uitzending door de rechter wordt verboden. Toch werd het programma Undercover in Nederland van Alberto Stegeman in kort geding tegengehouden, eerst door de rechtbank en kort daarna ook door het Gerechtshof.  De voorgenomen uitzending ging over een echtpaar: manegehouders en liefhebbers van SM. Ze waren op zoek naar een vrouw die op de manege komt werken en als vaste partner in een driehoeksverhouding aan hun seksuele rollenspel wil meedoen. Tv-programma Undercover meende dat er sprake was van grensoverschrijdend gedrag in een arbeidsrechtelijke context. Undercover huurde een sekswerkster in, Sofie, die op de vacature reageerde. Ze nam de ontmoeting met een verborgen camera op.

De rechter oordeelde dat geen sprake was van seksueel grensoverschrijdend gedrag door de manegehouder. Er was volgens de rechter geen sprake van een misstand die de samenleving raakt en die het rechtvaardigde dat daaraan een televisie-uitzending werd gewijd. Integendeel: de programmamakers hadden geprobeerd een misstand uit te lokken om daarmee een tv-uitzending te kunnen vullen. De rechter oordeelde dat de manegehouder in de uitzending herkenbaar zou zijn, in ieder geval voor mensen in de paardenwereld, waardoor het aannemelijk was dat hij persoonlijk en zakelijk onherstelbare schade zou leiden als het programma wordt uitgezonden. De rechter verbood daarom de uitzending.

In 2020 verbood de rechter de uitzending van het tv-programma ‘Nederland Fraudeland’, waarbij het opsporingsonderzoek van de FIOD naar omzetfraude bij de sushiketen Sumo was gevolgd. De filmmaker en KRO-NCRV gingen in hoger beroep.

Het Gerechtshof oordeelde dat het programma mocht worden uitgezonden. Het Hof maakt een onderscheid tussen de fase van het opnemen van de documentaire, in 2014, en de uitzending jaren later, begin 2022. In de eerste fase heeft het Openbaar Ministerie de persoonlijkheidsrechten van verdachten geschonden door in strijd met de Wet Politiegegevens informatie te verstrekken aan de filmmaker, maar volgens het Hof heeft dat niet tot gevolg dat de uitzending tot een hernieuwde aantasting van hun persoonlijkheidsrechten zal leiden. Hun namen worden niet in de uitzending genoemd. Slechts een zeer klein deel van het publiek zal bij het zien van de documentaire aan de verdachten denken. In hoger beroep oordeelde de rechter dat het algemeen belang is gediend zowel door het aan de orde stellen van mogelijke belastingfraude als door informatie over de wijze waarop daartegen door de FIOD wordt opgetreden.

Uitgever Noblesse wilde een ‘Jiskefet Encyclopedie’ in de handel brengen over het absurdistisch-humoristisch tv-programma Jiskefet dat tussen 1990 en 2005 werd uitgezonden. De makers van dat programma verzetten zich daartegen, omdat niet voldoende duidelijk zou zijn dat het boek niet van hen afkomstig is. De aanduiding ‘Gegarandeerd ongeautoriseerd’ zou dit volgens hen niet duidelijk genoeg maken. Zij deden een beroep op het merkrecht op de aanduiding ‘Jiskefet’.

De rechter ging daarin mee en verplichtte de uitgever om een sticker op de kaft aan te brengen met de tekst ‘CABARET TRIO door Richard Groothuizen en Rutger Vahl’.  De uitgever is in hoger beroep gegaan. Naar zijn mening heeft de rechter het belang van een vrije pers onvoldoende meegewogen: journalisten moeten ongeautoriseerde biografieën kunnen publiceren, ook als er een beroep wordt gedaan op een merkrecht. De uitspraak in hoger beroep wordt in 2022 verwacht.

De film ‘De Oost’ hoefde niet te worden voorzien van een door de Stichting Federatie Indische Nederlanders (FIN) gewenste disclaimer. De FIN eiste dat voorafgaand aan de film zou worden vermeld dat het militair ingrijpen van Nederland volgde op de Bersiap, dat de film geen volledige of waarheidsgetrouwe weergave van de geschiedenis beoogt te zijn en dat in de film feiten en fictie zijn vermengd. De makers van de film handelden echter volgens de rechter niet onrechtmatig met hun weigering om een disclaimer op te nemen zoals door FIN geëist.

De rechter oordeelde dat het de makers vrij staat om aan de historische feiten fictieve elementen toe te voegen.

IV. Vrijheid van nieuwsgaring en toegang tot de media
De overheid heeft als taak de vrijheid van nieuwsgaring te garanderen. In een aantal gevallen werd het werk van journalisten echter juist belemmerd door de politie. Journalist Arnold Karskens werd tijdens een demonstratie op het Museumplein door de politie afgevoerd, ondanks het feit dat hij zijn politieperskaart toonde. Hij bevond zich tussen mensen die geen gehoor gaven aan een bevel om te vertrekken. De politie noemde dit later ‘een ongelukkige samenloop van omstandigheden’.

Volkskrant-journalist Mac van Dinther werd gearresteerd toen hij verslag deed van klimaatacties in Den Haag. Van Dinther toonde zijn perskaart aan een politieagent, maar die wilde niet geloven dat hij journalist was. Toen de politieagent hem maande aan de kant te gaan, zei Van Dinther: ‘Doe niet zo kinderachtig’. Hierop werd hij door de agent met geweld tegen een politiebusje aangeduwd en gearresteerd wegens belediging.

Het Openbaar Ministerie hield achteraf vol dat de aanhouding rechtmatig was, maar besloot af te zien van vervolging.

Verslaggevers Hans Nijenhuis en fotograaf Marco de Swart werden twee dagen na Van Dinther eveneens aangehouden bij de klimaatdemonstratie in Den Haag. Ze waren voor een reportage op pad met actiegroep Extinction Rebellion. Met een bus vol actievoerders werden ze naar het politiebureau gebracht. Ondanks het tonen van een politieperskaart werden zij uren vastgehouden. De Swart verklaarde achteraf dat hij hierdoor niet de foto’s kon maken die hij wilde maken. Hij heeft een civiele procedure aangespannen om schadevergoeding te krijgen.

Persfotograaf Joey Bremer werd hardhandig door de politie weggestuurd tijdens een anti-terreuroefening van de Dienst Speciale Interventies in de Rotterdamse haven.  Bremer werkte vanaf de openbare weg en weigerde daarom te stoppen met fotograferen. Daarop werd hem met geweld het werken onmogelijk gemaakt door de politie. Hij kon zijn klus niet afmaken en hield lichte klachten over aan het gebruikte geweld. Achteraf bood de politie Rotterdam hiervoor excuses aan en werd aan Bremer een schadevergoeding betaald.

Naar aanleiding van de toeslagenaffaire, waarover het kabinet begin 2021 viel, werd een Regeringscommissaris Informatiehuishouding aangesteld. De Wijzigingswet Open Overheid (Woo) is in 2021 aangenomen en vervangt per 1 mei 2022 de wet Openbaarheid Bestuur (Wob).  Actieve openbaarmaking van overheidsinformatie krijgt een centrale rol. Er zal een adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (O&I) worden ingesteld, dat een bemiddelingsfunctie krijgt bij geschillen tussen bestuursorganen en beroepsmatige verzoekers tot informatie, zoals journalisten. In een ‘Rijksbrede instructie’ (pdf) is uiteengezet hoe de overheid om zal gaan met Woo-verzoeken. De toekomst zal leren of de Woo voor journalisten daadwerkelijk een verbetering ten opzichte van de Wob zal zijn.

Het wetsvoorstel dat verblijf in terreurgebied strafbaar stelt is in 2021 nog niet in werking getreden.  Wie naar zo’n gebied wil afreizen heeft daarvoor toestemming van de Nederlandse overheid nodig. De kern van het bezwaar daartegen zit in de journalistieke principes die door de toestemmingsprocedure zouden worden geschaad, namelijk de journalistieke neutraliteit en onafhankelijkheid. Voor strijdende partijen kan het lijken alsof journalisten een standpunt over een conflict hebben ingenomen, overeenkomstig het standpunt van de Nederlandse overheid. Na breed protest van de mediasector heeft de Minister ingestemd met een uitzonderingspositie voor journalisten. Het kabinet nu wil in aanvulling op de eerdere waarborgen voorzien in een wettelijke strafuitsluitingsgrond waardoor journalisten en publicisten niet strafbaar zijn als zij zonder voorafgaande toestemming verblijven in aangewezen gebieden. Dit voorstel is eind 2021 ter consultatie voorgelegd.

Kamerlid Van Haga procedeerde tegen LinkedIn, dat zijn profiel afsloot omdat Van Haga berichten plaatste waarin hij de gevaren van het Covid-19 virus in twijfel trok.  In kort geding vorderde hij terugplaatsing van zijn profiel, en ook van negen berichten die eerder waren verwijderd. LinkedIn heeft op goede gronden kunnen aannemen dat die berichten misleidend en schadelijk waren, aldus de rechter. Dit sluit aan bij eerdere uitspraken over het verwijderen van filmpjes op YouTube.  Maar het in zijn geheel verwijderen van het profiel van Van Haga ging volgens de rechter een stap te ver. Aan opzegging moeten strenge eisen worden gesteld, omdat de toegang tot sociale mediaplatforms belangrijk is om effectief gebruik te kunnen maken van de vrijheid van meningsuiting.

Mr. Otto Volgenant (1969) is advocaat. Zijn cliënten zijn uitgevers, omroepen, journalisten, internetbedrijven, tv-producenten en NGO’s. Hij adviseert de NVJ geregeld over de juridische aspecten van persvrijheid en privacy, en voert regelmatig principiële procedures hierover. Hij was betrokken bij een aantal hierboven genoemde procedures. Volgenant is partner bij Boekx Advocaten Media, IP & Privacy.

Prof. dr. Tarlach McGonagle (1976) is hoogleraar Mediarecht & Informatiesamenleving bij de Universiteit Leiden en universitair hoofddocent werkzaam bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in internationale en Europese mensenrechten, onder meer op het gebied van vrijheid van meningsuiting en mediarecht. Hij schrijft regelmatig rapporten voor de Raad van Europa, de OVSE en andere intergouvernementele organisaties. Hij is lid van de Committee of experts on SLAPPs van de Raad van Europa.

Author: Otto Volgenant
Otto Volgenant (1969) was admitted to the Amsterdam Bar in 1993. He graduated from VU University Amsterdam in 1993 and completed the post doc education IT law cum laude in 1997.

Wij geven graag antwoord op uw vraag